GEBRUIKERSHANDLEIDING BUITENBOORDMOTOR

F30/40 BM F30/40 FW / FW-T-EFI F30/40 BW / BW-T-EFI / BW-D-EFI

Inhoudsopgave

1. Belangrijkste onderdelen en algemene informatie

1.1 Belangrijkste onderdelen

Vooraanzicht van de belangrijkste onderdelen van de F40 buitenboordmotor

Zijaanzicht van de belangrijkste onderdelen van de F40 buitenboordmotor

  1. Bovenkap
  2. Vergrendelingshendel bovenkap
  3. Olieaftapschroef
  4. Anticavitatieplaat
  5. Trimvlak (Trim tab)
  6. Propeller
  7. Koelwaterinlaat
  8. Trim- en kantelpen
  9. Klembeugel
  10. Trim- en kantelschakelaar
  11. Helmstock (Stuurhendel)
  12. Starthandgreep
  13. Versnellingshendel
  14. Motorstopknop en schakelaar
  15. Wrijvingsinstelling gashendel
  16. Gashendel
  17. Klemschroef
  18. Steunstang
  19. Kantelvergrendeling
  20. Brandstoftank
  21. Afstandsbedieningskast

Een draagbare brandstoftank bestaat uit de volgende onderdelen:

Vooraanzicht van de draagbare brandstoftank

    1. Tankdop 3. Ontluchtingsschroef

Achteraanzicht van de draagbare brandstoftank met meter

    1. Brandstofaansluiting 4. Brandstofmeter

WAARSCHUWING:

De bij deze motor geleverde brandstoftank mag alleen worden gebruikt voor brandstoftoevoer tijdens gebruik en niet als opslagcontainer voor brandstof.

Afstandsbediening

De afstandsbedieningshendel bedient zowel het schakelen als het gas. De elektrische schakelaars zijn op de afstandsbedieningskast gemonteerd.

    1. Afstandsbedieningshendel
    1. Vrijloopvergrendeling
    1. Gashendel voor vrijloop
    1. Contactslot / Choke-bediening
    1. Motorstopschakelaar
    1. Wrijvingsinstelling gashendel

Indeling van de afstandsbedieningskast en schakelaars

Afstandsbedieningshendel

Door de hendel vanuit de vrijloopstand naar voren te duwen, wordt de vooruitversnelling ingeschakeld. Door de hendel naar achteren te trekken, wordt de achteruitversnelling ingeschakeld. De motor blijft stationair draaien totdat de hendel ongeveer 35º wordt bewogen (er is een klik voelbaar). Door de hendel verder te bewegen, wordt het gas geopend en gaat de motor sneller draaien.

    1. Vrijloop "N"
    1. Vooruit "F"
    1. Achteruit "R"
    1. Schakelen
    1. Geheel gesloten
    1. Gas
    1. Geheel geopend

Diagram van de standen van de afstandsbedieningshendel

Vrijloopvergrendeling

Om de hendel uit de vrijloop te halen, moet eerst de vrijloopvergrendeling omhoog worden getrokken.

Locatie van de vrijloopvergrendeling

  1. Vrijloopvergrendeling

Gashendel voor vrijloop

Om het gas te openen zonder de vooruit- of achteruitversnelling in te schakelen, zet u de afstandsbedieningshendel in de vrijloopstand en brengt u de gashendel voor vrijloop omhoog.

OPMERKING:

De gashendel voor vrijloop werkt alleen als de afstandsbedieningshendel in de vrijloopstand staat. De afstandsbedieningshendel werkt alleen als de gashendel voor vrijloop in de gesloten stand staat.

    1. Geheel geopend
    1. Geheel gesloten

Geopende en gesloten standen van de gashendel voor vrijloop

1.2 Algemene informatie

1.2.1 Specificaties

Belangrijkste technische gegevens:

ItemGegevensItemGegevens
MotortypeDrie cilinder, 4-taktGewicht (BWL-D-EFI / BWS-D-EFI)101.5Kg / 99.9Kg
Cilinder747cm³Gewicht (FWL-T-EFI / FWS-T-EFI)102.1Kg / 100.5Kg
Boring × Slag65mm × 75mmAanbevolen brandstofNormale loodvrije benzine
Overbrengingsverhouding2.0 (26/13)Tankinhoud24L
Totale lengte1173mm (BM/BW) / 768mm (FW)Aanbevolen motorolieSAE10W30 of SAE10W40
Totale breedte426mm (BM/BW) / 410mm (FW)Hoeveelheid motorolie1.7L (met oliefilter)
Totale hoogte (S/L)1361mm (S) / 1234mm (L)Aanbev. staartolieHypoïde tandwielolie SAE #90
Spiegelhoogte (S/L)381mm (S) / 508mm (L)Hoeveelheid staartolie430cm³
Gewicht (BML / BMS)94Kg / 92.4KgBougieDPR7EA-9
Gewicht (BWL / BWS)97.5Kg / 95.9KgBougieafstand0.8~0.9mm
Gewicht (FWL / FWS)96.6Kg / 95Kg

Belangrijkste prestaties:

ItemGegevensItemSubitemGegevens
Maximaal vermogen29.4Kw / 5500rpmAanhaalmomentenBougie18.0Nm
Stationair (vrijloop, carb)900±50rpmAanhaalmomentenPropellermoer35.0Nm
Stationair (vrijloop, EFI)800±50rpmAanhaalmomentenOlieaftapschroef27.0Nm
Werkbereik (volgas)5000~6000rpmAanhaalmomentenMotoroliefilter18.0Nm
Klep IN (koud)0.15~0.25mm
Klep UIT (koud)0.25~0.35mm

1.2.2 Instructies voor brandstof

Brandstofinstructies:

Aanbevolen benzine:

Normale loodvrije benzine. Als dit niet beschikbaar is, gebruik dan super benzine.

Als de motor "klopt" of pingelt, gebruik dan een ander merk benzine of super loodvrije benzine. Als er regelmatig loodhoudende benzine wordt gebruikt, moeten de klep en bijbehorende onderdelen elke 100 bedrijfsuren worden geinspecteerd.

WAARSCHUWING:

  • Rook niet tijdens het tanken en houd afstand van vonken, open vuur of andere ontstekingsbronnen.
  • Zet de motor uit voordat u gaat tanken.
  • Tank in een goed geventileerde ruimte; vul draagbare tanks buiten de boot.
  • Vul de tank niet te vol.
  • Wees voorzichtig dat u geen benzine morst; indien gemorst, onmiddellijk opruimen.
  • Draai de tankdop stevig vast na het tanken.
  • Bij inslikken van benzine, inademen van dampen of contact met de ogen, onmiddellijk een arts raadplegen.
  • Bij contact met de huid onmiddellijk wassen met water en zeep. Verontreinigde kleding direct uittrekken.
  • Houd de brandstofslang in contact met metalen onderdelen om statische vonken te voorkomen.

LET OP:

Gebruik alleen verse, schone benzine die is opgeslagen in schone containers en niet is vervuild met water of vreemde stoffen.

Motorolie:

Aanbevolen motorolie: 4-takt buitenboordmotorolie SAE10W30 en SAE10W40 (1.7L).

WAARSCHUWING:

  • Start de motor niet bij een laag oliepeil. Dit kan ernstige schade veroorzaken.
  • Controleer altijd het oliepeil voordat u de motor start.

LET OP:

Alle 4-takt motoren worden af fabriek geleverd zonder motorolie.

1.2.3 Propellerselectie

De prestaties van uw buitenboordmotor worden in grote mate bepaald door de keuze van de propeller; een verkeerde keuze kan de prestaties negatief beïnvloeden. De motor is uitgerust met propellers die geschikt zijn voor een breed scala aan toepassingen, maar voor bepaalde situaties kan een propeller met een andere spoed (pitch) geschikter zijn. Dealers hebben diverse propellers op voorraad en kunnen u adviseren over de meest geschikte voor uw toepassing.

Voor een zwaarder beladen boot en een laag motortoerental is een propeller met een lagere spoed geschikter. Omgekeerd is een propeller met een hogere spoed geschikt voor een lichtere belading, omdat dit het juiste motortoerental helpt handhaven.

2. Bediening

2.1 Installatie

Monteer de buitenboordmotor op de hartlijn (kiellijn) van de boot. Raadpleeg uw dealer bij boten zonder kiel of bij asymmetrische boten.

  1. Hartlijn (kiellijn) 1

OPMERKING:

Controleer tijdens proefvaarten het drijfvermogen van de boot in rust, bij maximale belading. Controleer of het statische waterniveau bij de uitlaatbehuizing laag genoeg is om te voorkomen dat er water in het motorblok komt door golven wanneer de motor niet draait.

WAARSCHUWING:

  • Een boot met te veel motorvermogen kan ernstig instabiel worden. Installeer geen buitenboordmotor met een vermogen dat hoger is dan het maximum aangegeven op het typeplaatje van de boot. Raadpleeg de bootfabrikant als de boot geen typeplaatje heeft.
  • Onjuiste montage van de buitenboordmotor kan leiden tot gevaarlijke situaties. Uw dealer of een ervaren persoon moet de motor monteren. Als u de motor zelf monteert, laat u dan instrueren door een ervaren persoon.
  • De informatie in dit hoofdstuk is alleen ter referentie. Een juiste montage hangt mede af van ervaring en de specifieke combinatie van boot en motor.

2.1.1 Montagehoogte

De montagehoogte van de buitenboordmotor is van grote invloed op de efficiëntie van uw boot. Als de montagehoogte te hoog is, kan cavitatie optreden, waardoor de voortstuwing afneemt. Als de montagehoogte te laag is, neemt de waterweerstand toe en daalt de efficiëntie van de motor. Monteer de buitenboordmotor zo dat de anticavitatieplaat zich bevindt tussen de bodem van de romp en een niveau van 25 mm daaronder.

Diagram van de montagehoogte met de anticavitatieplaat

OPMERKING:

De optimale montagehoogte wordt beïnvloed door de combinatie van boot en motor en het beoogde gebruik. Testen op verschillende hoogtes kan helpen de optimale hoogte te bepalen. Neem voor advies contact op met uw "PARSUN" dealer of de fabrikant van uw boot.

2.1.2 Bevestigen van de buitenboordmotor

  1. Draai de klemschroeven van de spiegel gelijkmatig en stevig vast. Controleer af en toe of de schroeven nog vastzitten tijdens het varen, omdat ze door motortrillingen los kunnen raken.

Vastdraaien van de klemschroef op de spiegel

LET OP:

Buitenboordmotoren die alleen met klemschroeven vastzitten, zijn ONVOLDOENDE veilig bevestigd aan de spiegel. Een juiste installatie omvat ook het gebruik van bouten om de motor door de spiegel heen aan de boot te bevestigen.

WAARSCHUWING:

Loszittende klemschroeven kunnen ervoor zorgen dat de buitenboordmotor van de spiegel valt of verschuift. Dit kan leiden tot verlies van controle. Zorg ervoor dat de schroeven goed vastzitten en controleer dit regelmatig tijdens het varen.

  1. Als de motor is uitgerust met een oog voor een veiligheidskabel, moet een veiligheidskabel of -ketting worden gebruikt. Bevestig deze aan een veilig punt op de boot om te voorkomen dat de motor volledig verloren gaat als deze per ongeluk van de spiegel valt.

Bevestigingspunt voor de veiligheidskabel van de motor

  1. Bevestig de beugel aan de spiegel met de juiste bouten. Raadpleeg uw dealer voor details.

WAARSCHUWING:

Vermijd het gebruik van ongeschikte bouten, moeren of ringen. Voer na het aandraaien een proefvaart uit en controleer of alles nog vastzit.

2.2 Invaren van de motor

Uw nieuwe motor heeft een inloopperiode nodig zodat de bewegende delen gelijkmatig op elkaar kunnen inspelen.

LET OP:

Het niet volgen van de inloopprocedure kan de levensduur van de motor verkorten of zelfs ernstige schade veroorzaken.

  1. Tijdens het eerste uur van gebruik:

Laat de motor draaien op 2000 tpm of ongeveer halfgas.

  1. Tijdens het tweede uur van gebruik:

Laat de motor draaien op 3000 tpm of ongeveer driekwart gas.

  1. Tijdens de volgende acht uur van gebruik:

Vermijd continu volgas varen gedurende meer dan vijf minuten per keer.

  1. Na deze periode kunt u de motor normaal gebruiken.

2.3 Controles voor gebruik

Brandstof:

  • ·Controleer of u voldoende brandstof heeft voor uw reis.
  • ·Zorg ervoor dat er geen brandstoflekkages of benzinedampen zijn.
  • ·Controleer of de brandstofslangaansluitingen goed vastzitten.
  • ·Zorg ervoor dat de brandstoftank op een vlakke en veilige ondergrond staat en dat de slang niet geknikt of bekneld is, of in contact komt met scherpe voorwerpen.

Bediening:

  • ·Controleer voor het starten of het gas, de versnelling en de besturing goed werken.
  • ·De bediening moet soepel werken, zonder haperingen of ongebruikelijke speling.
  • ·Controleer op losse of beschadigde verbindingen.
  • ·Controleer de werking van de start- en stopschakelaars wanneer de motor in het water hangt.

LET OP:

  • ·Start de motor niet buiten het water. Dit kan oververhitting en ernstige schade veroorzaken.
  • ·Controleer de motor en de montage ervan.
  • ·Kijk of er onderdelen loszitten of beschadigd zijn.
  • ·Controleer de propeller op schade.

Motoroliepeil controleren:

  1. Zet de buitenboordmotor in verticale positie (niet gekanteld).

Buitenboordmotor in verticale positie voor oliecontrole

  1. Controleer het oliepeil met de peilstok om er zeker van te zijn dat het tussen de bovenste en onderste markering staat. Vul olie bij als het onder de onderste markering staat, of tap af tot het juiste niveau als het boven de bovenste markering staat.

Peilstok met de bovenste en onderste markeringen

Detail van de peilstokgeleider en peilmarkeringen

  1. Peilstok 2. Bovenste markering 3. Onderste markering

LET OP:

Zorg ervoor dat de peilstok volledig in de geleider is gestoken.

2.4 Tanken

WAARSCHUWING:

Benzine en benzinedampen zijn zeer brandbaar en explosief. Houd afstand van vonken, sigaretten, open vuur of andere ontstekingsbronnen.

    1. Verwijder de tankdop.
    1. Vul de tank voorzichtig.
    1. Draai de dop na het tanken stevig vast. Ruim gemorste brandstof op.

2.5 Starten van de motor

  1. Bevestig de brandstofaansluitingen stevig nadat u de ontluchtingsschroef op de dop heeft losgedraaid (2 of 3 slagen).

Losdraaien van de ontluchtingsschroef op de tankdop

Bevestigen van de brandstofaansluiting op de motor

  1. Sluit de aansluitingen stevig aan en knijp in de brandstofbal met de uitlaatkant naar boven totdat deze hard aanvoelt (indien de aansluiting hiervoor geschikt is).

Knijpen in de brandstofbal met de uitgang naar boven

De brandstofbal wordt hard bij het pompen

  1. Zet de versnellingshendel in de vrijstand.

Versnellingshendel in de vrijstand, BM model

Afstandsbedieningshendel in de vrijstand

OPMERKING:

De startbeveiliging voorkomt dat de motor start tenzij deze in de vrijstand staat. Bevestig de dodemanskoord van de stopschakelaar op een veilige plek aan uw kleding, arm of been. Steek het clipje aan het andere uiteinde van het koord in de motorstopschakelaar.

WAARSCHUWING:

  • De motor moet in de vrijstand worden gestart, anders kunnen er gevaarlijke situaties en schade aan de starter ontstaan.
  • Bevestig het koord niet aan kleding die kan scheuren. Zorg dat het koord niet ergens in verstrikt kan raken.
  • Voorkom dat u tijdens het varen per ongeluk aan het koord trekt. Verlies van motorvermogen betekent verlies van besturing. Bovendien kan de boot plotseling afremmen, waardoor personen en voorwerpen naar voren kunnen worden geslingerd.

Dodemanskoord bevestigd aan de bestuurder

Clipje geplaatst in de stopschakelaar

  1. Zet de gashendel in de stand "START" (handmatig starten). Draai het contactslot naar "ON" (elektrisch starten).

Hendel in de START-stand voor handmatig starten

Contactslot in de ON-stand voor elektrisch starten

Stand van de choke voor een koude start

OPMERKING:

Het is niet nodig om de choke te gebruiken bij het starten van een warme motor. Als de choke in de "START" stand blijft staan terwijl de motor draait, zal de motor slecht lopen of afslaan.

  1. Trek langzaam aan de starthendel totdat u weerstand voelt. Geef dan een krachtige ruk om de motor te starten. Herhaal indien nodig.

Draai het contactslot naar "START" en houd dit maximaal 5 seconden vast (elektrisch starten).

Trekken aan de starthendel om de motor te starten

Contactslot draaien naar START voor elektrisch starten

  1. Als de motor loopt, brengt u de handgreep rustig terug naar de beginpositie.

Laat het contactslot onmiddellijk los en laat het terugkeren naar de stand "ON" zodra de motor loopt (elektrisch starten).

  1. Draai het gas langzaam terug naar de volledig gesloten stand.

LET OP:

  • · Wanneer de motor koud is, moet deze warmdraaien.
  • · Als de motor niet bij de eerste poging start, herhaal dan het proces. Als de motor na 4 of 5 pogingen niet start:

BM/BW modellen: open het gas een klein beetje (tussen 1/8 en 1/4) en probeer het opnieuw. FW modellen: open de gashendel voor vrijloop op de afstandsbedieningskast en probeer het opnieuw.

OPMERKING:

Draai het contactslot nooit naar "START" terwijl de motor loopt.

Laat de startmotor niet langer dan 5 seconden achter elkaar draaien. De accu zal dan snel leeglopen. Ook kan de startmotor beschadigd raken. Als de motor niet binnen 5 seconden start, draai dan terug naar "ON", wacht 10 seconden en probeer het opnieuw.

2.6 Warmdraaien van de motor

  1. Na het starten zet u de motor in de vrijstand. Laat de motor de eerste 3 minuten warmdraaien op maximaal een vijfde van het gas. Anders wordt de levensduur van de motor verkort.

OPMERKING:

Als de choke na het starten uitgetrokken blijft, slaat de motor af. Bij temperaturen van -5of lager, laat u de choke ongeveer 30 seconden uitgetrokken.

2. Controleer of het oliedrukwaarschuwingslampje uit is.

WAARSCHUWING:

Als het lampje blijft knipperen na het starten, zet dan de motor uit en controleer het oliepeil. Vul bij indien nodig. Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw dealer.

Locatie van het oliedrukwaarschuwingslampje

  1. Oliedrukwaarschuwingslampje
  2. Controleer of er een constante straal water uit de koelwaterverklikker komt.

LET OP:

  • · Als er geen constante waterstraal is, zet de motor dan uit en controleer of de waterinlaat of de verklikker verstopt is.
  • Als het probleem aanhoudt, raadpleeg dan uw dealer.

2.7 Schakelen

Koelwaterverklikker met waterstraal

WAARSCHUWING:

Zorg ervoor dat er geen zwemmers of obstakels in het water zijn voordat u de motor in de versnelling zet.

LET OP:

Om van vooruit naar achteruit (of andersom) te schakelen, moet u eerst het gas dichtdraaien zodat de motor stationair draait.

2.7.1 Vooruit

  1. Draai de gashendel volledig dicht.

Gashendel dicht voor vooruitvaren

  1. Beweeg de versnellingshendel snel en resoluut van vrij naar vooruit. Trek de vrijloopvergrendeling omhoog en beweeg de afstandsbedieningshendel snel van vrij naar vooruit (Afstandsbediening).

Versnellingshendel bewogen van vrij naar vooruit

Afstandsbedieningshendel bewogen naar vooruit

2.7.2 Achteruit

WAARSCHUWING:

Vaar langzaam achteruit. Draai het gas niet verder dan de helft open, omdat de boot dan onstabiel kan worden.

  1. Draai de gashendel volledig dicht.

Gashendel dicht voor achteruitvaren

  1. Beweeg de versnellingshendel snel en resoluut van vrij naar achteruit. Controleer of de kantelvergrendeling vergrendeld is. Trek de vrijloopvergrendeling omhoog en beweeg de afstandsbedieningshendel snel naar achteruit (Afstandsbediening).

Versnellingshendel bewogen naar achteruit

Afstandsbedieningshendel bewogen naar achteruit

2.8 Helmstock (Stuurhendel)

  1. Richting veranderen: Beweeg de hendel naar links of rechts naar wens.

Bewegen van de stuurhendel om te keren

  1. Snelheid veranderen: Draai de hendel linksom om sneller te gaan en rechtsom om langzamer te gaan.

3. Gasindicator

Deze bevindt zich op de handgreep. De verbruikscurve geeft het relatieve brandstofverbruik aan. Kies de stand die de beste prestaties en zuinigheid biedt.

Gasindicator op de handgreep

  1. Gasindicator

4. Wrijvingsinstelling gashendel

Deze bevindt zich op de stuurhendel; hiermee kunt u de weerstand van de gashendel aanpassen. Draai naar rechts voor meer wrijving en naar links voor minder wrijving. Gebruik dit om een constante snelheid aan te houden.

Wrijvingsinstelling op de stuurhendel

Detail van de wrijvingsinsteller

WAARSCHUWING:

Draai deze niet te vast aan, omdat dit het bewegen van het gas kan bemoeilijken en een ongeluk kan veroorzaken.

2.9 Trimvlak (Trim tab)

Deze moet zo worden afgesteld dat het sturen naar links en rechts evenveel kracht kost.

WAARSCHUWING:

  • Onjuiste afstelling maakt het sturen moeilijk. Test dit altijd na installatie.
  • Zorg ervoor dat de bout goed vastzit.

Als de boot naar bakboord (links) neigt, beweeg dan het trimvlak naar bakboord. Als deze naar stuurboord (rechts) neigt, beweeg hem dan naar stuurboord.

2.10 Stoppen van de motor

OPMERKING:

Laat de motor voor het stoppen een paar minuten stationair afkoelen. Het wordt afgeraden om direct na het varen op hoge snelheid de motor uit te zetten.

  1. Houd de stopknop ingedrukt totdat de motor volledig tot stilstand is gekomen.

Inrukken van de stopknop, BM model

Stopknop op de afstandsbedieningskast

Trekken aan het dodemanskoord om te stoppen

OPMERKING:

Indien aanwezig, kunt u de motor ook stoppen door aan het dodemanskoord te trekken.

  1. Draai de ontluchtingsschroef op de tank dicht.

Dichtdraaien van de ontluchtingsschroef op de tank

  1. Koppel na het stoppen de brandstofslang los als er een aansluiting is.

Ontkoppelen van de brandstofslang van de motor

Brandstofslang ontkoppeld van de motor

2.11 De trimhoek van de buitenboordmotor aanpassen

Er zijn 4 of 5 gaten in de beugel om de hoek aan te passen.

    1. Zet de motor uit.
    1. Verwijder de verstelpen door de motor iets te kantelen.

Verwijderen van de trimpen

  1. Plaats deze in het gewenste gat. Test verschillende hoeken om de beste stand voor uw boot en belading te vinden.

WAARSCHUWING:

  • Zet de motor uit voor het aanpassen.
  • Pas op dat uw vingers niet bekneld raken.
  • Voer de snelheid langzaam op bij het testen van een nieuwe hoek. Een verkeerde trim kan leiden tot controleverlies.

Als u langere tijd stilstaat of in ondiep water vaart, kantel de motor dan omhoog (Tilt up) om de propeller te beschermen en corrosie te voorkomen.

WAARSCHUWING:

Zorg ervoor dat er niemand in de buurt is bij het kantelen. Kom met geen enkel lichaamsdeel tussen de motor en de beugel.

OPMERKING:

Til de motor niet op aan de stuurhendel, deze kan dan breken. De motor kan niet omhoog gekanteld worden in de achteruit.

2.11.1 Omhoog kantelen (Tilt up)

  1. Zet de motor in de vrijstand.

Vrijstand voor kantelen

Vrijstand voor afstandsbediening

  1. Zet de kantelvergrendeling (indien aanwezig) in de stand omhoog.

Kantelvergrendeling in stand omhoog

  1. Pak de handgreep aan de achterkant vast en kantel de motor omhoog totdat de steun vergrendelt. Voor modellen met Power Tilt:

Druk op "UP" tot de motor helemaal bovenin is en zet de steun vast.

Maximale kanteling tot de steun vergrendelt

Drukken op UP voor elektrisch kantelen

Kantelsteun vergrendeld op zijn plek

2.11.2 Omlaag kantelen (Tilt down)

    1. Kantel de motor iets verder omhoog.
    1. Ontgrendel de steun en laat de motor langzaam zakken. Voor modellen met Power Tilt:

Ontgrendel de steun en druk op "DN".

De motor optillen om de steun te verwijderen

Verwijderen van de steun om te laten zakken

Drukken op DN om elektrisch te laten zakken

  1. Zet de vergrendelingshendel naar beneden (handmatige modellen).

WAARSCHUWING:

Zorg ervoor dat het mechanisme vergrendeld is tijdens het varen (handmatige modellen).

2.12 Varen onder andere omstandigheden

2.12.1 Varen in ondiep water

De motor kan gedeeltelijk gekanteld worden.

WAARSCHUWING:

  • Zet de motor in de vrijstand voordat u dit doet.
  • Zet de motor weer in de normale stand zodra u in dieper water bent.

LET OP:

De waterinlaat mag niet boven water komen, anders raakt de motor oververhit. Zie hoofdstuk 2.11.

2.12.2 Varen in zout water

Spoel de koelkanalen na gebruik in zout water door met zoet water om zoutophoping te voorkomen.

3. Onderhoud

Periodiek onderhoud is noodzakelijk voor een goede werking.

WAARSCHUWING:

  • Zet de motor uit bij onderhoud, tenzij anders aangegeven.
  • Als u niet weet hoe het moet, breng de motor dan naar uw dealer.

LET OP:

Gebruik alleen originele onderdelen of onderdelen van gelijke kwaliteit.

3.1 Smering

Smeerpunten op de motor

3.2 Schoonmaken en afstellen van de bougies

Controleer ze regelmatig. Hitte en aanslag zorgen voor slijtage. Vervang ze indien nodig.

Controleer voor montage de bougieafstand en stel deze zo nodig af volgens de specificaties.

Meten van de bougieafstand

Maak de plek van de pakking schoon en gebruik nieuwe pakkingen. Draai ze vast met het juiste aanhaalmoment.

3.3 Brandstofsysteem controleren

  1. Kijk of er lekkages of barsten zijn. Laat problemen verhelpen door een vakman.

Inspectie van slanglekkages

Brandstofinspectiepunten

WAARSCHUWING:

  • Controleer regelmatig op lekkages.
  • Repareer lekkages voordat u gaat varen.
    1. Controleer het brandstoffilter. Reinig het als het vuil is.

Inspectie van het brandstoffilter

3.3.1 Brandstoffilter reinigen

  1. Verwijder de moer van de filterunit (indien aanwezig).

Verwijderen van de filterunit

    1. Schroef de beker los. Gebruik een doek om gemorste brandstof op te vangen.
    1. Reinig het element met oplosmiddel. Controleer de O-ring. Vervang bij schade. Verwijder water uit de tank/beker als dit aanwezig is.

Filteronderdelen: beker, O-ring, element en behuizing

    1. Beker 2. O-ring 3. Element 4. Behuizing 5. Zitting
    1. Plaats het element in de beker. Zorg dat de O-ring goed zit. Draai de beker stevig vast.
    1. Monteer de unit en start de motor om te controleren op lekkages bij de slangen.

3.4 Stationair toerental controleren

Gebruik een toerenteller. De waarden variëren afhankelijk van of u in het water meet, in een testtank of met een spoelklem.

    1. Start de motor en laat hem warmdraaien in de vrijstand.
    1. Controleer of het toerental binnen de opgegeven waarden valt.

Stationair toerental (carb): 900±50 tpm; Stationair toerental (EFI): 800±50 tpm

LET OP:

Dit is alleen geldig bij een warme motor. Bij een koude motor is het toerental hoger. Als afstelling nodig is, raadpleeg dan een vakman.

3.5 Motorolie verversen

WAARSCHUWING:

  • Ververs de olie niet direct na het varen, deze is dan heet.
  • Zorg dat de motor stevig vaststaat.

LET OP:

Ververs de olie na de eerste 10 uur en daarna elke 100 uur of 6 maanden. Doe dit als de motor nog warm is.

Motor verticaal voor het aftappen van olie

  1. Motor in verticale stand.
  2. Plaats een opvangbak van meer dan 1,7 liter onder de motor. Verwijder de aftapschroef en de vuldop. Laat alle olie weglopen. Ruim gemorste olie op.

Verwijderen van de aftapschroef

Olie loopt in de opvangbak

    1. Plaats een nieuwe pakking op de schroef en draai hem vast.
    1. Vul de motor met nieuwe olie en draai de dop vast.
    1. Start de motor en kijk of er lekkages zijn.
    1. Zet de motor uit, wacht 3 minuten en controleer het peil met de peilstok.

LET OP:

Ververs de olie vaker bij veelvuldig trollen of intensief gebruik.

3.6 Bedrading en aansluitingen controleren

Controleer of de massaverbindingen vastzitten en de stekkers goed aangesloten zijn.

3.7 Lekkages controleren

Kijk of er water of rook ontsnapt bij de pakkingen van het motorblok of de cilinder. Zoek naar olielekkages.

LET OP:

Raadpleeg uw dealer als u lekkages ziet.

3.8 Propeller controleren

WAARSCHUWING:

  • Verwijder de bougies, zet de motor in de vrijstand en haal het dodemanskoord eraf voordat u de propeller aanraakt. Als de motor per ongeluk start, is dat levensgevaarlijk.
  • Houd de propeller niet met uw hand vast bij het los- of vastdraaien. Gebruik een houten blok.

Inspectie met houten blok

Detail van de propeller en as

    1. Controleer op slijtage of erosie van de bladen.
    1. Controleer of de as verbogen is.
    1. Controleer de splines en de splitpen.
    1. Kijk of er vislijn om de as gewikkeld zit.
    1. Controleer de oliekeerring.

3.8.1 Propeller demonteren

    1. Buig de splitpen recht en trek hem eruit met een tang.
    1. Verwijder de moer en de ringen.
    1. Verwijder de propeller en de drukring.

Onderdelen: splitpen, moer, ring, propeller en drukring

  1. Splitpen 2. Moer 3. Ring 4. Propeller 5. Drukring

3.8.2 Propeller monteren

LET OP:

  • Plaats altijd eerst de drukring, anders raakt het staartstuk beschadigd.
  • Gebruik een nieuwe splitpen en buig deze goed om, anders verliest u de propeller.
    1. Smeer de as in met watervast vet.
    1. Plaats de drukring en de propeller.
    1. Plaats de ring en de moer.
    1. Draai de moer vast en plaats de nieuwe splitpen.

3.9 Staartolie verversen

WAARSCHUWING:

Zet de motor stevig vast. Ga nooit onder het staartstuk staan als de motor gekanteld is, deze kan vallen.

    1. Kantel de motor zo dat de aftapschroef op het laagste punt zit.
    1. Plaats een opvangbak eronder.
    1. Verwijder de onderste schroef.

Aftap- en peilschroeven van het staartstuk

    1. Aftapschroef staartolie
    1. Peilschroef

LET OP:

Ververs de olie na de eerste 10 uur en daarna elke 100 uur of 6 maanden. Anders slijten de tandwielen sneller.

  1. Verwijder de bovenste peilschroef zodat alle olie eruit kan lopen.

LET OP:

Als de olie wit (melkachtig) is, zit er water in. Neem contact op met uw monteur.

    1. Spuit de nieuwe olie via het onderste gat naar binnen (430cm3).
    1. Wanneer de olie uit het bovenste gat komt, draait u de bovenste schroef erin.
    1. Draai de onderste schroef erin. Gebruik nieuwe pakkingen als de oude versleten zijn.

3.10 Brandstoftank reinigen

WAARSCHUWING:

  • Geen vonken of vuur. Doe dit in de open lucht.
    1. Maak de tank leeg.
    1. Doe er wat oplosmiddel in, schud goed en giet het eruit.
    1. Verwijder de interne aansluiting.
    1. Reinig het filter van de aansluiting.
  1. Gebruik een nieuwe pakking en draai alles vast.

3.11 Anode(s) controleren en vervangen

Controleer ze regelmatig. Verwijder kalkaanslag. Ga naar de werkplaats om ze te laten vervangen.

LET OP:

Verf de anodes niet, want dan werken ze niet meer en gaat de motor corroderen.

Anodes op het staartstuk van de motor

3.12 Bovenkap controleren

Duw met uw handen op de kap om te zien of deze wiebelt. Laat hem nakijken als er speling op zit.

Controleren van de passing van de bovenkap

3.13 Onderhoudsschema

Verwachte levensduur: 350 uur of 10 jaar.

"•" Kan door u worden gedaan. "O" Moet door de werkplaats worden gedaan.

In het beginElke
Anode(s) (extern)Controleren/Verv.●/○•/0
Anode(s) (intern)Controleren/Verv.0
KoelwaterkanalenReinigen
Kap-vergrendelingControleren
BrandstoffilterControleren/Rein.
BrandstofsysteemControleren
BrandstoftankControleren/Rein.
StaartolieVerversen
SmeringSmeren
Stationair toerentalControle/Afstel.•/0•/0
Propeller en splitpenControleren/Verv.

OPMERKING:

Spoel de motor na gebruik in zout of vervuild water altijd door met zoet water.

4. Transport en opslag

4.1 Transport

De motor moet verticaal worden vervoerd. Voor transport op een trailer waarbij er niet genoeg ruimte is, moet een motorsteun worden gebruikt.

LET OP:

Gebruik niet alleen de kantelvergrendeling tijdens het traileren; deze kan losschieten.

WAARSCHUWING:

  • Ga nooit onder de motor staan, ook niet met een steun.
  • Als de motor los wordt bewaard, leg deze dan zo neer:

Verticale positie voor transport

Liggende positie voor opslag

LET OP:

Gebruik een deken om krassen te voorkomen. Leg de motor niet neer zonder de olie af te tappen, anders loopt de olie in de cilinder.

4.2 Opslag

Doe dit bij opslag van meer dan 2 maanden om schade te voorkomen.

Het is het beste om dit door een werkplaats te laten doen, maar met het juiste gereedschap kunt u het zelf.

LET OP:

Bewaar de motor verticaal. Indien liggend, tap dan eerst de olie af. Zorg dat er geen water in de motor achterblijft. Bewaar op een droge, goed geventileerde plek.

    1. Reinig de buitenkant met zoet water.
    1. Verwijder de benzine en draai de ontluchting dicht.
    1. Verwijder de bovenkap en de afdekking van het luchtfilter.
    1. Plaats de motor in een ton met water.
    1. Zorg dat het water boven de anticavitatieplaat staat.
    1. Start de motor en spoel door. Gebruik conserveringsolie ("Fogging Oil") om roest aan de binnenkant te voorkomen.

Motor in een ton met zoet water

    1. Minimaal waterniveau
    1. Oppervlak

LET OP:

Bij te weinig water loopt de motor vast.

WAARSCHUWING:

  • Raak geen elektrische kabels aan bij een draaiende motor.
  • Houd kleding en haar uit de buurt van het vliegwiel.
    1. Laat de motor een paar minuten met verhoogd stationair toerental draaien.
    1. Spuit de conserveringsolie in de carburateur voordat u de motor stopt.
    1. Als u geen olie heeft: Laat de motor draaien totdat de brandstof op is en hij vanzelf stopt. Verwijder de bougies, doe een eetlepel olie in de cilinder en draai het vliegwiel met de hand rond. Plaats de bougies terug.
    1. Verwijder alle brandstof en water. Maak de buitenkant goed schoon.

LET OP:

Bewaar de tank op een droge, geventileerde plek.

4.3 Spoelaansluiting (flushing)

Doe dit direct na gebruik.

LET OP:

Doe dit met de motor UIT, anders gaat de waterpomp kapot.

  1. Verwijder de dop uit het onderste deel van de motor.

Dop en spoelaansluiting

    1. Dop; 2. Aansluiting
    1. Sluit een tuinslang aan op de aansluiting.
    1. Laat 15 minuten zoet water doorstromen.
    1. Plaats de dop terug en draai stevig vast.

WAARSCHUWING:

Laat de dop niet loszitten tijdens het varen; de motor krijgt dan geen koeling en kan verbranden. Goed vastdraaien!

5. Acties in geval van nood

5.1 Schade door aanvaringen

Als u ergens tegenaan botst:

    1. Zet de motor direct uit.
    1. Controleer op schade.
    1. Vaar heel voorzichtig en langzaam terug naar de haven.
    1. Laat de motor controleren door de werkplaats.

5.2 De trim werkt niet

Bij een lege accu of defect:

    1. Draai de handmatige ontlastschroef linksom los.
    1. Beweeg de motor met de hand omhoog/omlaag en draai de schroef daarna weer rechtsom vast.

Handmatige ontlastschroef van de trim

  1. Handmatige ontlastschroef

5.3 De startmotor werkt niet

Gebruik een startkoord in geval van nood.

WAARSCHUWING:

  • Alleen gebruiken om terug naar de haven te varen.
  • De startbeveiliging werkt dan niet. Zet de motor in de VRIJSTAND!
  • Pas op bij het aantrekken dat u niemand raakt.
  • Plaats de kap of andere onderdelen niet terug terwijl de motor draait.
  • Raak de bobines of kabels niet aan.

Stappen:

    1. Verwijder de bovenkap.
    1. Verwijder de veiligheidskabels en de choke-kabels.

Kabelverbindingen die los moeten

  1. Kabel voor startbeveiliging
  2. Verwijder de metalen afdekking van het vliegwiel (3 bouten). Maak de kabels van de verklikkerlampjes los.

Vliegwiel van de motor vrijgelegd

    1. Tref de voorbereidingen voor het starten (zie 2.5).
    1. Plaats de knoop van het koord in de uitsparing van het vliegwiel en wikkel het rechtsom op.
    1. Trek tot u weerstand voelt.

Startkoord om het vliegwiel gewikkeld

  1. Geef een krachtige ruk aan het koord.

5.4 Zekering vervangen

Gebruik de reservezekering uit de gereedschapstas.

WAARSCHUWING:

Het gebruik van een verkeerde zekering kan leiden tot doorbranden van de motor of zelfs brand.

LET OP:

Neem contact op met een monteur als de zekering direct weer doorbrandt.

5.5 Motor onder water geweest

Breng de motor zo snel mogelijk naar de werkplaats, anders ontstaat er interne roest.

  1. Spoel de buitenkant af met zoet water.
  2. Verwijder de bougies en laat het water uit de cilinder lopen.
  3. Verwijder alle brandstof en olie.
  4. Vul de motor met nieuwe olie.
  5. Giet wat olie in de bougiegaten en draai de motor rond.
  6. Ga direct naar een PARSUN dealer.

LET OP:

Probeer de motor niet zelf te starten voordat een vakman ernaar heeft gekeken.

6. Probleemoplossing

ProbleemOorzaakActie
Start niet (elektrisch)Kapotte onderdelenWerkplaats
Start nietIn versnelling gezetVrijstand
Draait rond maar start nietGeen benzineTanken
Start nietOude benzineVervangen
Start nietFilter vuilReinigen
Start nietSlechte bougiesReinigen/Vervangen
Start nietKabels losVastzetten
Start nietGeen dodemanskoordClipje plaatsen
Loopt niet mooi stationairSlechte bougiesReinigen
Loopt niet mooi stationairGeknikte slangenControleren
Loopt niet mooi stationairChoke staat nog uitChoke indrukken
Loopt niet mooi stationairSlechte olieVerversen
Verliest vermogenBeschadigde propellerVervangen
Verliest vermogenVerkeerde trimAanpassen
Verliest vermogenVuile rompSchoonmaken
Trilt ergVerbogen propellerVervangen
Trilt ergBouten losVastdraaien

7. Elektrisch schema

F40BM

Elektrisch schema F40BM

F40BW

Elektrisch schema F40BW

F40BW-D

Elektrisch schema F40BW-D

SNOnderdeelSNOnderdeelKleurcodeKleurKleurcodeKleur
1Bougie12LichtspoelRroodP/Wroze/wit
2Bobine13GelijkrichterProzeG/Wgroen/wit
3Luchtklep14ZekeringBzwartL/Wblauw/wit
4Belasting klep15StartrelaisGgroenR/Wrood/wit
5Pulsspoel16StartschakelaarWwitB/Rzwart/rood
6Stator17VrijloopsensorLblauwY/Ggeel/groen
7CDI18StartmotorBrbruin
8Oliedruksensor19AccuB/Wzwart/wit
9Waarschuwingslampje20Power Trim-relaisY/Bgeel/zwart
10Watertempsensor21Power Trim-motorP/Broze/zwart
11Stopknop22Trim-knop (staart)Y/Rgeel/rood

F40FW

Elektrisch schema F40FW

Afstandsbediening voor FW

Kabelschema afstandsbediening FW

CodeKleurCodeKleurSNOnderdeel
RroodY/Rgeel/rood4Vrijloopsensor
YgeelR/Wrood/wit3Contactslot
LblauwBzwart2Stopknop
GgroenWwit1Zoemer
Brbruin

F40FW-T

Elektrisch schema F40FW-T

SNOnderdeelSNOnderdeel
1Bougie12Lichtspoel
2Bobine13Gelijkrichter
3Luchtklep14Zekering
4Belasting klep15Startrelais
5Pulsspoel16Startmotor
6Stator17Accu
7CDI1810-pins stekker
8Oliedruksensor19Power Trim-relais
9Lampjes20Power Trim-motor
10Watertempsensor21Trim-knop (staart)
11Stopknop
CodeKleurCodeKleur
RroodY/Rgeel/rood
ProzeP/Wroze/wit
BzwartG/Wgroen/wit
GgroenL/Wblauw/wit
WwitR/Wrood/wit
LblauwB/Rzwart/rood
BrbruinY/Ggeel/groen
B/Wzwart/witLglichtgroen
Y/Bgeel/zwartSblichtblauw
P/Broze/zwart

Afstandsbediening voor F40FW-T

Kabelschema F40FW-T

F40BW-EFI

Elektrisch schema F40BW-EFI

EFI schema vervolg

Afstandsbediening voor F40FW-EFI

Schema afstandsbediening EFI